Vul hieronder uw email adres in:

MKB Actueel

Donderdag, 26 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 26 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 19 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 19 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 19 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 12 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 12 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 12 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 05 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 05 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 05 Mar 2026 05:00:00
Donderdag, 26 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 26 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 26 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 26 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 19 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 19 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 19 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 12 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 12 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 12 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 12 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 12 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 05 Feb 2026 05:00:00
Donderdag, 05 Feb 2026 05:00:00

Nabetaling pensioen niet toerekenbaar aan eerdere jaren

Donderdag, 26 Mar 2026 05:00:00

Een man ontvangt in 2018 een nabetaling van zijn pensioenfonds over een periode van meer dan 11 jaar. De inspecteur heeft deze nabetaling volledig gerekend tot het belastbaar inkomen in 2018. Als gevolg hiervan moet de man de toeslagen die hij in 2018 heeft ontvangen terugbetalen. Ook moet hij een bedrag terugbetalen aan het UWV. Gelet op de nadelige gevolgen van de toerekening van de nabetaling aan het jaar 2018, wil de man dat de nabetaling wordt verdeeld over de jaren 2007 tot en met 2018.

Vorderbaar en inbaar 

Het hof oordeelt dat het niet mogelijk is om de nabetaling uit het inkomen van 2018 te halen en alsnog toe te rekenen aan de voorgaande jaren. Loon of periodieke uitkeringen worden geacht te zijn genoten op het tijdstip dat deze zijn ontvangen, verrekend, ter beschikking zijn gesteld, rentedragend zijn geworden of vorderbaar en inbaar zijn geworden. De man heeft de pensioenuitkering pas in 2018 aangevraagd en ook pas in 2018 toegewezen gekregen. In de eerdere jaren bestond dus weliswaar een vorderbare uitkering, maar die was nog niet direct inbaar. De inspecteur heeft de nabetaling daarom terecht tot het belastbaar inkomen van 2018 gerekend.



Doorlenen tegen hogere rente is winstuitdeling

Donderdag, 26 Mar 2026 05:00:00

Een bv leent een miljoen aan haar dga tegen 2% rente. De dga leent datzelfde bedrag door aan derden tegen 7% rente. Het verschil van 5% steekt hij in eigen zak. De inspecteur ziet dit als een verkapte winstuitdeling. Het hof is het daarmee eens. Wie aan zijn eigen bv minder rente betaalt dan hij vraagt van een derde, bevoordeelt zichzelf als aandeelhouder.

Twee leningen, één geldstroom

De dga leent geld uit aan een zakenrelatie en diens bv. Dit geld leent hij van zijn eigen bv tegen een lagere rente. Het geld gaat rechtstreeks van de bv naar de zakenrelatie. De dga fungeert als doorgeefluik en houdt jaarlijks het renteverschil (van ruim € 45.000).

De inspecteur prikt erdoorheen

De inspecteur constateert dat de twee leningen nagenoeg identiek zijn. Dezelfde hoofdsom, hetzelfde moment van aangaan, dezelfde afwezigheid van zekerheden en tussentijdse aflossingsverplichtingen. Zelfs de aflossingsdata vallen samen. Het enige verschil is de rente. De inspecteur stelt dat de bv een onzakelijk lage rente heeft bedongen van haar aandeelhouder. Dat renteverschil is een verkapte winstuitdeling die tot de winst van de bv moet worden gerekend.

Vermogenspositie maakt geen verschil

De rechtbank geeft de bv nog gelijk. De vermogenspositie van de dga zou gunstiger zijn dan die van de zakenrelatie, waardoor een lagere rente gerechtvaardigd zou zijn. Het hof denkt daar anders over. De zakenrelatie bezit 42 onroerende zaken en heeft een aanzienlijke rendementsgrondslag in box 3. De dga beschikt naast zijn box 3-vermogen ook over alle aandelen in de bv, met een waarde van ruim € 3 miljoen. Beide partijen kunnen de lening van € 1 miljoen eenvoudig terugbetalen. Het verschil in vermogenspositie verklaart het renteverschil dus niet.

Bewust of onbewust? Het maakt niet uit

Het hof oordeelt dat sprake is van een opzettelijk winstgemis. Gezien het substantiële renteverschil had het voor de bv en de dga, die als enig aandeelhouder en bestuurder met elkaar te vereenzelvigen zijn, duidelijk moeten zijn dat 2% een onzakelijk lage rente was. Of zij zich bewust waren van de exacte omvang van de bevoordeling, doet er niet toe. Het verschil van ruim € 45.000 is een winstuitdeling en wordt bij de winst van de bv opgeteld. De inspecteur krijgt gelijk.



AI als juridisch adviseur: rechter niet onder de indruk

Donderdag, 19 Mar 2026 05:00:00

Een man krijgt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Hij maakt bezwaar en gaat vervolgens in beroep. Hij verwijst naar een uitspraak die niet bestaat en hamert op een verkeerde straatnaam in de aanslag. De rechtbank vermoedt dat de man juridisch advies heeft ingewonnen bij ChatGPT. Dat had hij beter ‘bij iemand die ter zake kundig is’ kunnen doen.

Fout parkeervak, foute straatnaam

Een man parkeert, zonder te betalen, zijn auto in een zijstraat zonder naam in 's-Hertogenbosch. Een scanauto registreert de overtreding en een naheffingsaanslag volgt. De man maakt bezwaar tegen de naheffingsaanslag, aangezien in de aanslag een verkeerde straatnaam is vermeld. De heffingsambtenaar legt uit dat het systeem bij een naamloze straat automatisch de dichtstbijzijnde straat met een naam selecteert. De man laat het er niet bij zitten en gaat in beroep. Hij vindt dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.

Hallucinerende AI

De rechtbank heeft de indruk dat de man juridisch advies heeft ingewonnen bij ChatGPT of een andere generatieve AI. Een sterke aanwijzing hiervoor is dat de man verwijst naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam van 18 augustus 2022. Deze uitspraak bestaat niet. Het ECLI-nummer betreft een niet-gepubliceerde uitspraak van 20 juli 2022 in een civiele zaak. Ook is van de rechtbank Amsterdam geen uitspraak van 18 augustus 2022 gepubliceerd die over een parkeerbelastingzaak gaat. De rechtbank overweegt dat generatieve AI regelmatig 'hallucineert' bij het aanhalen van rechtspraak. Had de man een deskundige geraadpleegd, dan had deze hem verteld dat procederen zinloos was. Dit had hem zowel de naheffingsaanslag als het griffierecht bespaard.

Zo formalistisch zit het recht niet in elkaar

De rechtbank maakt korte metten met de argumenten van de man. De straatnaamvermelding dient ertoe dat duidelijk is waar het voertuig stond. Dat was de man kristalhelder, want hij voegde zelf een kaartje bij zijn beroepschrift met de exacte locatie. Die kwam vrijwel overeen met de registratie van de heffingsambtenaar. Een verkeerde straatnaam is dus geen reden de aanslag te vernietigen. De man voert verder aan dat het parkeerbord niet goed zichtbaar was door begroeiing. De rechtbank acht het opvallend dat hij dit argument pas in laatste instantie opwerpt. Bovendien stonden er zoneborden langs de toegangswegen, waardoor de betalingsverplichting voldoende duidelijk was.

Vraag een mens

Deze uitspraak is een waarschuwing voor wie juridisch advies inwint bij AI. Generatieve AI kan overtuigend klinkende, maar onjuiste informatie produceren, inclusief verwijzingen naar niet-bestaande rechtspraak. Advies inwinnen bij iemand die ter zake kundig is, scheelt een gang naar de rechter (én het schaamrood op de kaken). De man in kwestie is nu niet alleen de al betaalde kosten voor de naheffingsaanslag kwijt, maar ook het griffierecht. Leergeld, zullen we maar zeggen.



© Copyright 2026 www.hakaa.nl. Alle rechten voorbehouden. Powerd by NAM-CMS. Ontwerp & Realisatie: NetandMore Rotterdam
[ sitemap ]